Home / Nieuws Tussen de Lijnen Uitroepteken! Links Info / contact

Buitink Beleidsadvies
Beatrixplantsoen 30
2104 ST Heemstede
Tel: 023 5472955 of
06 2252 9630 
E-mail:
jbuitink@xs4all.nl 



Tussen de Lijnen


Informatie over ontwikkelingen tussen en binnen de lijnen van de
eerste- en tweedelijns geestelijke gezondheidszorg (GGZ)


Elke euro in eerstelijns GGZ levert 2,59 gezondheidswinst op
08-05-2012: Kortdurende behandelvormen. Minder pillen wanneer slechts sprake is van depressieve gevoelens, terwijl er nog geen depressieve stoornis is. Op grotere schaal toepassen van zelfmanagement. Investeren in grotere therapietrouw. Meer inzet van praktijkondersteuners bij lichte klachten. Met dit palet aan maatregelen kan met eenzelfde zorgbudget mogelijk meer geestelijke gezondheid worden gerealiseerd. Dat zijn althans de denkrichtingen voor een aangepast GGZ-beleid uit de strategische verkenning 'Optimalisatie van de basis-ggz'. Het Trimbos-instituut ging in samenwerking met het NIVEL op verzoek van het ministerie van VWS na welke mogelijkheden er zijn om de ggz in de eerste lijn kosteneffectiever in te richten.
De berekeningen laten zien dat de huidige eerstelijnsggz (peiljaar 2009) rendeert: elke geïnvesteerde euro levert gemiddeld €2,59 op aan gezondheidswinst. Wanneer we ook de effecten beschouwen van een goede ggz op de arbeidsproductiviteit van de beroeps-bevolking dan is de return-on-investment zelfs €4,24. Toch is er ruimte voor verbetering
Lees hier het rapport.


'Eerstelijnspsychologische hulp verlaagt kosten GGZ'
02-05-2011: Beroepsverenigingen actief in de geestelijke gezondheidszorg en verenigingen van cliënten en familie zetten grote vraagtekens bij de miljoenenbezuinigingen die minister Schippers wil doorvoeren. De verenigingen vrezen dat de voorgenomen maatregelen juist zullen zorgen voor een kostenstijging en niet voor de gewenste besparing. "Ook wij vinden dat er gewerkt moet worden aan kostenbeheersing in de zorg, maar deze plannen zijn ondoordacht en tegenstrijdig", zo staat geschreven in een gezamenlijke brief aan minister Schippers. De organisaties zoeken de oplossing in de versterking van de eerstelijnspsychologische zorg. Een bredere ggz-organisatie binnen de eerstelijn, waarbinnen op hoog kwalitatief niveau psychologische zorg, preventie, vormen van e-(mental)health en psychosociale begeleiding en ondersteuning een duidelijke plaats krijgen. "Laat ons doen waar we goed in zijn. Wij zorgen juist voor goed gekwalificeerde psychologen, maar straks krijgen mensen niet eens meer de kans om naar een psycholoog gaan. De cliënt wordt de dupe."
Ruim negentig procent van de cliënten is goed geholpen binnen een gemiddelde van zeven tot acht zittingen. Als de minister het aantal zittingen terugdringt, zullen de kosten stijgen omdat het een nog grotere druk legt op de veel duurdere tweedelijns specialistische zorg of de almaar uitdijende huisartsenzorg. Een alternatief van maximaal twaalf zittingen per 24 maanden is én effectief én levert de door minister Schippers beoogde tien miljoen euro bezuiniging op in de eerstelijnspsychologische zorg.
Bron: www.psynip.nl


De rol van de huisarts als vertrouwde hulpverlener blijft cruciaal
17-02-2011: Te veel mensen die een psychisch probleem hebben, krijgen een psychiatrische behandeling. In zijn oratie die hij dinsdag uitsprak aan Universitair Medisch Centrum/Rijksuniversiteit Groningen, pleitte professor Peter Verhaak voor een onderscheid tussen ernstige psychiatrische aandoeningen en levensproblemen die begeleiding vragen van de huisarts.

Voor depressie zijn de afgelopen jaren effectieve behandelingen ontwikkeld. Toch vermindert dit het aantal depressies onder de bevolking niet. Er zijn verschillende verklaringen voor deze zogenoemde depressieparadox. Bijvoorbeeld dat lang niet alle mensen met een depressie hulp zoeken en willen.
Peter Verhaak, hoogleraar Geestelijke Gezondheidszorg binnen de huisartsvoorziening en programmaleider bij het NIVEL, pleit voor een onderscheid tussen patiënten met ernstige psychopathologie, die daarvoor de juiste behandeling moeten krijgen, en patiënten met symptomen die daar weliswaar op lijken, maar die meer baat zouden hebben bij een niet psychiatriserende benadering vanuit de huisartspraktijk. “Niet iedereen die in de put zit, heeft een zware depressie. Een diagnose depressie kan er toe leiden dat deze groep patiënten en hun omgeving zich naar die diagnose gaan gedragen. De patiënt is overgeleverd aan een dreiging van buiten en moet maar afwachten of de medicatie of andere therapie deze de baas wordt. Werkt het niet, dan zal het gevoel van machteloosheid alleen maar toenemen. Werkt het wel, dan is het de vraag wanneer de patiënt weer zonder kan.”
De rol van de huisarts als vertrouwde hulpverlener blijft cruciaal. Deze moet wel steun hebben van praktijkondersteuners en eerstelijnspsychologen, maatschappelijk werkers en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen. “Wellicht noemen we dit in de nabije toekomst wel de Basis-GGZ”, aldus Verhaak. “Een erg interessante onderzoeksvraag is dan vervolgens, tot welke mate van ernst deze Basis-GGZ met kortdurende behandeling psychische problematiek aankan en wanneer verwijzing naar de medisch specialist noodzakelijk is.”
Bron
: www.nivel.nl


Toename psychische klachten
17-02-2011: Er is sprake van een stijgende lijn van klachten op het gebied van psychosociale gezondheid. Volgens onderzoek in Utrecht geeft twintig procent van de Utrechters aan te kampen met psychische klachten, zoals depressie en angsten. Bij één op de tien is sprake van problematisch alcoholgebruik en een derde van de Utrechtse bewoners voelt zich eenzaam.
Goede preventie en hulpverlening zijn daarom belangrijk: het beter signaleren van klachten en het beter doorverwijzen naar de juiste ondersteuning.
Psychosociale gezondheid is een breed begrip waaronder zowel de psychische aandoening zelf (angst, depressie) wordt verstaan, als de omgevingsfactoren die verband houden met het ontstaan van deze aandoeningen. Voorbeelden van deze omgevingsfactoren zijn een slechte woonomgeving of lage sociaal economische status (laag opgeleid). Hoewel het aantal psychische aandoeningen veel groter is, richt de gemeente Utrecht zich bij de aanpak van psychische gezondheid in het bijzonder op eenzaamheid, angst en depressie en middelengebruik (verslaving aan alcohol en drugs). 
Om de negatieve trend van een toename van psychische klachten te doorbreken en de psychosociale gezondheid van bewoners te verbeteren, heeft de GG&GD Utrecht een plan van aanpak gemaakt. Daarbij werkt de gemeentelijke dienst samen met Utrechtse partners op het gebied van preventie, welzijn en eerstelijnszorg. Denk daarbij aan huisartsen, eerstelijnspsychologen, maatschappelijk werk, verslavingszorg, GGZ preventie en wijkwelzijnsorganisaties.
Voor meer informatie: http://www.utrecht.nl/smartsite.dws?id=243497


Wildgroei aan hulpsites”
 04-05-2010: ‘GGZ’s, jeugdzorg en maatschappelijk werk lanceren de ene na de andere hulpsite voor jongeren met psychische of sociale problemen. De theorie is dat op deze manier, via internet, lastig bereikbare jongeren makkelijker aangesproken kunnen worden’, aldus het blad De Pers. De jongeren die het web opgaan omdat ze ergens mee zitten, komen een wildgroei aan hulpsites tegen. zoals Hulpmix.nl, klikvoorhulp.nl, pratenonline.nl, gripopjedip.nl. Frank Schalken, directeur van e-hulp.nl, adviseert hulporganisaties om meer samen te werken. een kenniscentrum op het gebied van online hulp. ‘Er zijn meer dan honderd hulpsites voor jongeren, afkomstig van organisaties als jeugdzorg of maatschappelijk werk.’ Ook Nicole Nijland, e-health-onderzoekster aan de Universiteit van Twente, vindt de hoeveelheid sites niet handig. ‘Er ontbreekt structuur. Terwijl jongeren dat wel nodig hebben.’ Recent onderzoek van de Britse kindertelefoon naar tieners en het zoeken van hulp op internet toont aan dat het scala aan hulpsites averechts werkt. Uit het onderzoek blijkt dat jongeren die het web opgaan met hun problemen, alleen nog maar ongeruster worden van alle informatie die ze tegenkomen.
Bron: 
http://www.depers.nl


Meer disciplines voor psychische hulp in de eerste lijn. Waar blijft het AMW?
08-03-2010: Uit een onderzoek van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) blijkt dat in toenemende mate de zogenaamde praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg in de huisartsenpraktijk (POH-GGZ) en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) de aanpak van psychische problemen in de huisartsenpraktijk voor hun rekening kunnen nemen. Alhoewel de praktijkondersteuner GGZ nog in weinig praktijken is te vinden. De functie is nog in ontwikkeling.  
NIVEL-programmaleider Peter Verhaak: “Wij pleiten voor meer taakdelegatie door de huisarts. Hierbij spelen de praktijkondersteuner GGZ en sociaal psychiatrisch verpleegkundige een belangrijke rol. Uit het onderzoek komt duidelijk naar voren dat zij deze interventies het beste kunnen uitvoeren. Huisartsen geven vaak aan te weinig tijd en kennis te hebben voor uitgebreide signalering en psychologische interventies. Een sociaal psychiatrisch verpleegkundige heeft een specifiekere expertise dan de huisarts en ook meer tijd voor dit soort dingen. De functie van praktijkondersteuner GGZ is nog erg in ontwikkeling, maar kan uitgroeien tot een steeds belangrijker aanvulling in de zorg voor psychische problemen in de huisartsenpraktijk. Op het moment dat de patiënt niet meer genoeg heeft aan enkele contacten of meer specialistische hulp nodig heeft, moet uiteraard naar de eerstelijnspsycholoog of naar de tweedelijns GGZ worden verwezen.”
Bron:
http://www.nivel.nl

Noot van de redactie: de rol van de maatschappelijk werker lijkt in dit verhaal buiten beeld te blijven. Nog maar enkele jaren geleden was (stimuleren van) samenwerking in de eerstelijns GGZ een belangrijk item voor de overheid. Daarbij werd de rol van het Algemeen Maatschappelijk Werk – niet werkend vanuit een medische (psychiatrisch) model en daarbij psychische en maatschappelijke problemen in samenhang in haar aanpak betrekkend - erkend. Meer disciplines op het gebied van psychische problematiek in de eerste lijn kunnen hun waarde hebben, maar niet door de waarde van andere disciplines te negeren.   


Ondersteuning voor psychische problemen in de huisartspraktijk
30-10-09: Consulenten geestelijke gezondheid kunnen een welkome aanvulling zijn in de huisartsenpraktijk of het gezondheidscentrum voor patiënten met psychische of psychosociale klachten. Patiënten zijn tevreden en de consulenten verwijzen niet overmatig door naar de tweede lijn.

Bij de huisarts ligt de aandacht vaak sterk op de somatiek. Daardoor komen psychische aspecten te weinig over het voetlicht. Onder meer doordat huisartsen hiervoor geen tijd vrij kunnen maken of zich onvoldoende competent achten. Gespecialiseerde praktijkondersteuners of consulenten geestelijke gezondheid kunnen hier wellicht uitkomst bieden. In Gezondheidscentrum Groningen West hebben bij wijze van proef twee consulenten geestelijke gezondheid in een jaar tijd ongeveer 200 patiënten naar hun tevredenheid en die van de huisarts opgevangen en zo nodig naar verdere psychische hulp geleid, zonder dat dit leidde tot overmatige doorverwijzing naar de GGZ. Dit blijkt uit onderzoek van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) dat is uitgevoerd met subsidie van zorgverzekeraar Menzis.
Het project was een initiatief van zorgverzekeraar Menzis en geestelijke gezondheidszorgaanbieder Lentis. Een consulent geestelijke gezondheid van Lentis werd toegevoegd aan het eerstelijnsteam in Gezondheidscentrum West van Menzis. Patiënten kwamen via triage door de assistente of een huisarts bij de consulent. Doel van het project was een nieuwe structuur en samenwerking te ontwikkelen tussen eerste en tweedelijns GGZ, en inzicht te krijgen in de inhoud, communicatie en logistiek rond psychische en psychosociale problemen. Door de inzet en aansturing van de consulent moet een patiënt sneller op de juiste plaats van behandeling aankomen.

Bron: http://www.nivel.nl


Combinatie psychiatrie en maatschappelijk werk
08-05-09: Welzijnsorganisatie MJD uit Groningen heeft er een nieuwe vorm van hulpverlening bij: maatschappelijke psychiatrie. De MJD gaat ervan uit dat veel cliënten met zowel maatschappelijke als psychiatrische problemen in m.n. wijken met kwetsbare groepen het beste geholpen kunnen worden via een gecombineerde aanpak. Met dit aanbod van tweedelijns ggzbehandeling loopt de MJD in de Nederlandse welzijnssector voorop. Huisartsen en financierende zorgverzekeraars zijn enthousiast.

De MJD wil de ggz-hulp aan sociaal kwetsbare burgers verbeteren. Voor deze doelgroep is een combinatie van psychiatrische behandeling en intensieve maatschappelijke ondersteuning essentieel. Klachten als depressiviteit, stoornissen als gevolg van trauma, minderwaardigheidsgevoelens of angst, zijn beter te behandelen als tegelijkertijd gewerkt wordt aan sociale problemen. Medewerkers van de MJD doen dit door maatschappelijke ondersteuning te bieden op het gebied van arbeidsreïntegratie, schuldsanering, opvoeding, wonen, vrijwilligerswerk, enzovoort. Deze begeleiding kan zo nodig langdurig geboden worden. Door nu ook psychiatrische behandeling toegankelijk te organiseren in de wijk, lukt het beter om de kwetsbaarste groepen te bereiken. De verwachting is dat met dit project, dat vooralsnog op bescheiden schaal van start is gegaan, belangrijke gezondheidswinst te behalen is.
Het team Maatschappelijke psychiatrie is multidisciplinair samengesteld. Een psychiater en een aantal psychologen werken samen met maatschappelijk werkers die deskundig zijn op het gebied van psychiatrie. Dit team zal psychiatrisch en psychologisch onderzoek verrichten en kortdurende behandeling bieden. De maatschappelijke psychiatrie is een aanvulling op het reguliere ggz-aanbod. Specialistische ggz-behandelingen of klinische opnames kan de MJD niet bieden, in dergelijke situaties wordt samengewerkt met andere ggz-instellingen.
De verwijzende huisartsen en financierende zorgverzekeraars zijn enthousiast over deze nieuwe, laagdrempelige benadering. De unieke combinatie van tweedelijnszorg en welzijn koppelt de (financiële) regelgeving vanuit drie wetten: de WMO, de Zorgverzekeringswet en de AWBZ. Een effectievere vorm van ‘ontschotting achter de voordeur’ is nauwelijks
denkbaar.
Bron:
www.mjd.nl


Aandacht en optimisme van de huisarts goede remedie bij alledaagse klachten
14-07-08: Patiënten die met alledaagse klachten bij de huisarts komen, knappen op als de huisarts optimistisch en duidelijk is over aard en oorzaak van de klacht. Het helpt echter niet bij patiënten die ook emotionele problemen hebben, dan moet de huisarts juist daar aandacht aan besteden, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL in BMC Family Practice.
Geruststellen helpt bij patiënten die met alledaagse klachten, zoals hoofdpijn, buikpijn, keelpijn of verkoudheid, bij de huisarts komen. Als de huisarts een duidelijke verklaring voor de klachten geeft en optimistisch is over het beloop – het duurt een of twee weken en dan is het weer over – voelen patiënten zich twee weken na het consult beter en zijn ze minder ongerust. Bij patiënten die naast de alledaagse klachten ook emotionele problemen hebben, helpt geruststellen niet. Dan moeten de emotionele problemen eerst extra aandacht krijgen. NIVEL-onderzoeker Sandra van Dulmen: “Dit toont aan hoe belangrijk het is dat de huisarts in het consult van meet af aan aandacht heeft voor zowel de medische als de psychosociale kant van het verhaal van de patiënt.”
Lees het hele artikel op:
www.nivel.nl


Huisarts ziet meer mensen met seksuele problemen en relatieproblemen
27-03-2008: Het aantal mensen dat naar de huisarts gaat met vragen of problemen op het gebied van seksuele gezondheid en relatie is de laatste jaren aanzienlijk toegenomen. Dit blijkt uit de registraties van het NIVEL en het kenniscentrum seksualiteit van de Rutgers Nisso Groep.
Bij relatieproblemen raadplegen vrouwen ongeveer twee keer zo vaak de huisarts als mannen (respectievelijk 6,9 en 3,3 per 1000). Bij zowel mannen als vrouwen is het aantal contacten in verband met relatieproblemen ten opzichte van 2001 in 2005 toegenomen met ruim 30%. Het merendeel van deze mensen is 35-44 jaar.
De huisarts heeft dus de afgelopen jaren te maken gekregen met meer vragen omtrent seksuele en reproductieve gezondheid en relatieproblemen. Wellicht is het taboe voor patiënten hieromtrent afgenomen. Dit geldt heel duidelijk voor mannen met erectieproblemen sinds de komst van erectiemiddelen. Mogelijk voelen huisartsen ook minder schroom om seksualiteit ter sprake te brengen, en beschouwen zij het onderwerp meer dan voorheen als een onderdeel van hun werkdomein, wat ten goede komt aan een adequate signalering en verwijzing. De resultaten duiden in ieder geval in deze richting.
Bron:
NIVEL


'Door samenwerking hebben we cliënt/patiënt meer te bieden'
15-02-2008: De regio Noordwest-Veluwe is een voorbeeld waaruit blijkt dat de jarenlange (overheids-)investering in het stimuleren van samenwerk in de eerstelijns GGZ loont. Huisartsen, eerstelijnspsychologen en algemeen maatschappelijk werkers maken daar concrete samenwerkingsafspraken met elkaar rondom psychische problematiek.
In een evaluatie geven deelnemers aan het prettig te vinden met collega’s aan tafel te zitten waar ze daadwerkelijk mee (willen gaan) samenwerken. Elkaar leren kennen, echt weten wie wat doet en bewust zijn van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de eerstelijns GGZ zijn punten die als positief werden genoemd door de deelnemers. Ze krijgen goed zicht op elkaars aanbod en werkwijze binnen de eerstelijns GGZ en kunnen beter verwijzen. Ze hebben en houden daarmee regie op de psychosociale zorg en kunnen dit, zoveel als mogelijk, in de eerste lijn aanbieden en waar nodig gerichter verwijzen naar de tweedelijns GGZ. Bij complexe psychosociale problematiek ervaren deelnemers dat zij meer gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen en daarmee voor de patiënt ‘meer te bieden’ hebben.
Doel van het samenwerkingsproject is het verbeteren van de samenwerking en afstemming tussen professionals in de eerstelijns GGZ aan de hand van Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraken (LESA's). De LESA’s bevatten uitgangspunten van zowel het monodisciplinaire als het gemeenschappelijke beleid, gevolgd door afspraken over samenwerking. De LESA’s in dit traject gaan over angststoornissen, depressieve stoornissen, overspanning en psychosociale problematiek.
Bron:
www.raedelijn.nl


Korte Lijnen: ‘basisvoorwaarden voor samenwerking’
16-12-2005: In de Eindevaluatie van het project Korte Lijnen (NIZW-Trimbos-instituut, 2005) wordt gesteld dat samen met de praktijk de
Korte lijnen methodiek is ontwikkeld en zicht is ontstaan op de basisvoorwaarden voor samenwerking. De Korte lijnen methodiek bestaat uit de volgende onderdelen:
Protocollen voor informatie-uitwisseling (verwijzing, gezamenlijke behandeling en rapportage):
met behulp van de protocollen kunnen de verschillende disciplines samenwerkingsafspraken concretiseren en vastleggen in eenvoudige procedures.
Uitwisselingsformulieren behorende bij de protocollen.
Een protocollen-wizzard
: Met behulp van een computerprogramma kunnen de ontwikkelde protocollen en formulieren gemakkelijk aangepast worden voor gebruik in de eigen regio of op de eigen locatie.
Invoeringsrichtlijn:
dit is een werkboek waarin ondersteuners a.d.v. 7 stappen de samenwerking kunnen opbouwen en stimuleren. O.a. met het werken aan de basisvoorwaarden voor samenwerking: elkaar kennen, weten wat een ieder doet en elkaar vertrouwen, en anderzijds aan meer gevorderde samenwerkingsvormen als gezamenlijk behandelen, interdisciplinaire casuïstiekbespreking enz.
In de tweede pilotronde stond het testen van de ontwikkelde methodiek centraal naast het verder verspreiden en implementeren. Conclusie: de Korte lijnen methodiek blijkt goed toepasbaar in de praktijk.

Samenwerking verbeterd
Uit de effectevaluatie (hoofdstuk 6 in de Eindevaluatie) blijkt dat binnen de Korte Lijnen regio’s de hulpverleners die betrokken zijn bij het project op een aantal aspecten beter samenwerken dan degenen die niet betrokken zijn. Concluderend wordt gezegd dat de samenwerking in de pilotregio’s wel is verbeterd en zeker ook wordt gewaardeerd door de betrokkenen, maar dat e.e.a. nog onvoldoende geïmplementeerd is.

SPV: afstemming noodzakelijk
De sociaal psychiatrisch verpleegkundigen (SPV’en) die in de huisartsenpraktijk werken, beïnvloeden de verwijzingsstroom en de samenwerking met de andere eerstelijnsdisciplines. Daarbij komt dat niet altijd duidelijk is waarin de SPV zich onderscheidt van de andere eerstelijn disciplines. Voor zowel consultatie als kortdurende hulpverlening in de eerstelijn is het een voorwaarde om goede afstemming te vinden met de lokale eerstelijnspartners om de samenwerking te bevorderen en oneerlijke concurrentie te vermijden.

Deelname door huisartsen
Een andere kritische succesfactor is de bereidheid van huisartsen om te investeren in de samenwerking. In de eerste pilotronde was al duidelijk geworden dat het moeilijk is om huisartsen te bereiken. ‘In Korte lijnen constateerden we generaliserend dat huisartsen zich over het algemeen meer opstellen als een eisende partij, wat steeds minder goed wordt ontvangen door de andere hulpverleners. Het participeren in samenwerkingsverbanden door huisartsen zou minder vrijblijvend moeten worden’. 

Vijf jaar Korte Lijnen; versterking eerstelijns GGZ
; evaluatierapport. Uitgave NIZW – Trimbos-instituut, 2005. Auteurs: Karin Sok, Margot Scholte, Clary van der Veen en Ineke Voordouw.
Voor meer informatie:
www.lvg.org


Ggz opzijnbest.nl
De beste links over ggz voor u verzameld.


Alles over de eerstelijns GGZ vindt u op de website: www.eerstelijnsggz.nl

Hieronder meer informatie over de diverse maatregelen die de afgelopen jaren succesvol zijn uitgevoerd.


Buitink Beleidsadvies - in zorg en welzijn  verzorgde van 2000 t/m 2005  het secretariaat van de Stuurgroep Tussen de Lijnen.



                              
                                                                Foto: Jaap Buitink

de Noordkaap
Tussen de Lijnen
van de poolcirkel en 80e breedtegraad
(foto is middernacht genomen)

'Lijnenspel' in projectvorm beëindigd
09-12-05: Het Ministerie van VWS zette met de
Beleidsvisie GGZ (1998) de lijnen uit voor een sterkere eerstelijns GGZ. In de Stuurgroep Tussen de Lijnen kwamen van 1999 t/m 2005 alle lijnen  - eerstelijn, tweedelijn, beleidslijnen, tussen de lijnen, brede lijnen, korte lijnen en (soms) te lange lijnen – bij elkaar.
De Stuurgroep stond dus zeker niet langs de
lijn in dit ‘lijnenspel’, maar stuurde en adviseerde volop bij de uitwerking van het beleidsthema ‘versterking eerstelijns GGZ’.
De leden vormden een landelijk platform, waarin initiatieven, projecten en beleidsmaatregelen gericht op de versterking van de eerstelijn en meer samenhang tussen eerste- en tweedelijn, werden gevolgd, bewaakt en becommentarieerd. Vervolgens werd daarover advies uitgebracht aan veldpartijen en de minister van VWS.
De directeur generaal gezondheidszorg van het Ministerie van VWS, de heer Van Rijn, prees op 1 oktober 2004 al de succesvolle maatregelen van de versterking van de eerstelijns GGZ. "We horen niet zo vaak dat maatregelen worden uitgevoerd, zoals ze bedoeld zijn; dat is hier wel gebeurd en dat geeft een tevreden gevoel".  Van Rijn complimenteerde ook de
Stuurgroep Tussen de Lijnen voor de regiefunctie tijdens het gehele proces, waarin de samenwerking tussen eerste- en tweedelijn duidelijk op de agenda is geplaatst.
Dhr. Rosmalen, lid van de Stuurgroep zei over de Stuurgroep: ‘In tegenstelling tot zoveel andere stuur- of werkgroepen, hebben we als
Stuurgroep Tussen de Lijnen de afgelopen jaren iets bereikt, dat succes moeten we borgen.
Die borging vindt inderdaad plaats in de
de nieuwe regionale ondersteuningsstructuur voor de eerstelijns gezondheidszorg per 1 januari 2006. Daarvoor is een budget van 3 miljoen euro beschikbaar gesteld. Ook zal de Consultatieregeling worden verlengd.
Daarmee is de opdracht aan de
Stuurgroep Tussen de Lijnen beëindigd.

Voor meer informatie over ondersteunende producten voor eerstelijns samenwerking (Korte Lijnen) zie ook www.eerstelijnsggz.nl
downloadhier de belangrijkste adviezen van de Stuurgroep Tussen de Lijnen


Achtergrondinformatie

Afstemming eerstelijns GGZ en gespecialiseerde GGZ

De noodzaak tot versterking van de eerstelijns GGZ gaat vergezeld van de noodzaak tot verbetering
van de samenwerking en afstemming tussen eerstelijns GGZ en tweedelijns gespecialiseerde GGZ, inclusief de consultatiefunctie van tweede- naar eerstelijn. Een betere afstemming tussen tweede en eerstelijn draagt niet alleen bij aan de versterking van de eerstelijn, maar tevens en vooral aan een betere en efficiëntere hulpverlening op maat aan de hulpvrager: hulp indien mogelijk (generalistisch, kortdurend en dichtbij) in de eerstelijn; indien noodzakelijk (gespecialiseerd) in de tweedelijn.

Werkomschrijving 'eerstelijns GGZ' 
De eerstelijns GGZ (huisarts, algemeen maatschappelijk werk en eerstelijnspsycholoog) is voor iedereen met psychische problemen (al dan niet in combinatie met sociaal-maatschappelijke of somatische problemen) toegankelijk; de eerstelijn heeft een integraal, laagdrempelig en generalistisch zorgaanbod.
Gelet op de samenhang met de gespecialiseerde GGZ meent de Stuurgroep Tussen de Lijnen dat een goede afstemming tussen eerste- en tweedelijns GGZ noodzakelijk is. De tweedelijns GGZ verleent vanuit de specialistische deskundigheid op verzoek consultatie aan de eerstelijns GGZ; o.a. bij de afweging of de hulpvraag thuishoort in de eerste- dan wel in de tweedelijn. 

 


Buitink Beleidsadvies
 

brengt lijn in zorg en welzijn


 

 






© Copyright 2011 Buitink Beleidsadvies