| Buitink Beleidsadvies
Beatrixplantsoen 30 2104 ST Heemstede Tel:
023 5472955 of
06
2252 9630 E-mail:
| |
|
| |
Tussen de Lijnen
Informatie over ontwikkelingen tussen en
binnen de
lijnen van de
eerste- en tweedelijns geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
Elke euro in eerstelijns GGZ levert 2,59 gezondheidswinst op
08-05-2012: Kortdurende behandelvormen. Minder pillen wanneer slechts sprake
is van depressieve gevoelens, terwijl er nog geen depressieve stoornis is.
Op grotere schaal toepassen van zelfmanagement. Investeren in grotere
therapietrouw. Meer inzet van praktijkondersteuners bij lichte klachten. Met
dit palet aan maatregelen kan met eenzelfde zorgbudget mogelijk meer
geestelijke gezondheid worden gerealiseerd. Dat zijn althans de
denkrichtingen voor een aangepast GGZ-beleid uit de strategische verkenning
'Optimalisatie van de basis-ggz'. Het Trimbos-instituut ging in samenwerking
met het NIVEL op verzoek van het ministerie van VWS na welke mogelijkheden
er zijn om de ggz in de eerste lijn kosteneffectiever in te richten.
De berekeningen laten zien dat de huidige eerstelijnsggz (peiljaar 2009)
rendeert: elke geïnvesteerde euro levert gemiddeld €2,59 op aan
gezondheidswinst. Wanneer we ook de effecten beschouwen van een goede ggz op
de arbeidsproductiviteit van de beroeps-bevolking dan is de
return-on-investment zelfs €4,24. Toch is er ruimte voor verbetering
Lees hier het rapport.
'Eerstelijnspsychologische
hulp verlaagt kosten GGZ'
02-05-2011: Beroepsverenigingen actief in de geestelijke gezondheidszorg en
verenigingen van cliënten en familie zetten grote vraagtekens bij de
miljoenenbezuinigingen die minister Schippers wil doorvoeren. De
verenigingen vrezen dat de voorgenomen maatregelen juist zullen zorgen voor
een kostenstijging en niet voor de gewenste besparing. "Ook wij vinden dat
er gewerkt moet worden aan kostenbeheersing in de zorg, maar deze plannen
zijn ondoordacht en tegenstrijdig", zo staat geschreven in een gezamenlijke
brief aan minister Schippers. De organisaties zoeken de oplossing in de
versterking van de eerstelijnspsychologische zorg. Een bredere
ggz-organisatie binnen de eerstelijn, waarbinnen op hoog kwalitatief niveau
psychologische zorg, preventie, vormen van e-(mental)health en psychosociale
begeleiding en ondersteuning een duidelijke plaats krijgen. "Laat ons doen
waar we goed in zijn. Wij zorgen juist voor goed gekwalificeerde
psychologen, maar straks krijgen mensen niet eens meer de kans om naar een
psycholoog gaan. De cliënt wordt de dupe."
Ruim negentig procent van de cliënten is goed geholpen binnen een gemiddelde
van zeven tot acht zittingen. Als de minister het aantal zittingen
terugdringt, zullen de kosten stijgen omdat het een nog grotere druk legt op
de veel duurdere tweedelijns specialistische zorg of de almaar uitdijende
huisartsenzorg. Een alternatief van maximaal twaalf zittingen per 24 maanden
is én effectief én levert de door minister Schippers beoogde tien miljoen
euro bezuiniging op in de eerstelijnspsychologische zorg.
Bron: www.psynip.nl
De rol van de huisarts
als vertrouwde hulpverlener blijft cruciaal
17-02-2011: Te veel mensen die een psychisch probleem hebben, krijgen
een psychiatrische behandeling. In zijn oratie die hij dinsdag uitsprak
aan Universitair Medisch Centrum/Rijksuniversiteit Groningen, pleitte
professor Peter Verhaak voor een onderscheid tussen ernstige
psychiatrische aandoeningen en levensproblemen die begeleiding vragen van
de huisarts.
Voor depressie zijn de afgelopen jaren effectieve behandelingen
ontwikkeld. Toch vermindert dit het aantal depressies onder de bevolking
niet. Er zijn verschillende verklaringen voor deze zogenoemde
depressieparadox. Bijvoorbeeld dat lang niet alle mensen met een depressie
hulp zoeken en willen.
Peter Verhaak, hoogleraar Geestelijke Gezondheidszorg binnen de
huisartsvoorziening en programmaleider bij het NIVEL, pleit voor een
onderscheid tussen patiënten met ernstige psychopathologie, die daarvoor
de juiste behandeling moeten krijgen, en patiënten met symptomen die daar
weliswaar op lijken, maar die meer baat zouden hebben bij een niet
psychiatriserende benadering vanuit de huisartspraktijk. “Niet iedereen
die in de put zit, heeft een zware depressie. Een diagnose depressie kan
er toe leiden dat deze groep patiënten en hun omgeving zich naar die
diagnose gaan gedragen. De patiënt is overgeleverd aan een dreiging van
buiten en moet maar afwachten of de medicatie of andere therapie deze de
baas wordt. Werkt het niet, dan zal het gevoel van machteloosheid alleen
maar toenemen. Werkt het wel, dan is het de vraag wanneer de patiënt weer
zonder kan.”
De rol van de huisarts als vertrouwde hulpverlener blijft cruciaal. Deze
moet wel steun hebben van praktijkondersteuners en eerstelijnspsychologen,
maatschappelijk werkers en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen.
“Wellicht noemen we dit in de nabije toekomst wel de Basis-GGZ”, aldus
Verhaak. “Een erg interessante onderzoeksvraag is dan vervolgens, tot
welke mate van ernst deze Basis-GGZ met kortdurende behandeling psychische
problematiek aankan en wanneer verwijzing naar de medisch specialist
noodzakelijk is.”
Bron:
www.nivel.nl
Toename psychische klachten
17-02-2011: Er is sprake van een stijgende lijn van klachten op het gebied
van psychosociale gezondheid. Volgens onderzoek in Utrecht geeft twintig
procent van de Utrechters aan te kampen met psychische klachten, zoals
depressie en angsten. Bij één op de tien is sprake van problematisch
alcoholgebruik en een derde van de Utrechtse bewoners voelt zich eenzaam.
Goede preventie en hulpverlening zijn daarom belangrijk: het beter
signaleren van klachten en het beter doorverwijzen naar de juiste
ondersteuning.
Psychosociale gezondheid is een breed begrip waaronder zowel de psychische
aandoening zelf (angst, depressie) wordt verstaan, als de
omgevingsfactoren die verband houden met het ontstaan van deze
aandoeningen. Voorbeelden van deze omgevingsfactoren zijn een slechte
woonomgeving of lage sociaal economische status (laag opgeleid). Hoewel
het aantal psychische aandoeningen veel groter is, richt de gemeente
Utrecht zich bij de aanpak van psychische gezondheid in het bijzonder op
eenzaamheid, angst en depressie en middelengebruik (verslaving aan alcohol
en drugs).
Om de negatieve trend van een toename van psychische klachten te
doorbreken en de psychosociale gezondheid van bewoners te verbeteren,
heeft de GG&GD Utrecht een plan van aanpak gemaakt. Daarbij werkt de
gemeentelijke dienst samen met Utrechtse partners op het gebied van
preventie, welzijn en eerstelijnszorg. Denk daarbij aan huisartsen,
eerstelijnspsychologen, maatschappelijk werk, verslavingszorg, GGZ
preventie en wijkwelzijnsorganisaties.
Voor meer informatie:
http://www.utrecht.nl/smartsite.dws?id=243497
“Wildgroei
aan hulpsites”
04-05-2010: ‘GGZ’s,
jeugdzorg en maatschappelijk werk lanceren de ene na de andere hulpsite
voor jongeren met psychische of sociale problemen. De theorie is dat op
deze manier, via internet, lastig bereikbare jongeren makkelijker
aangesproken kunnen worden’, aldus het blad De Pers. De jongeren
die het web opgaan omdat ze ergens mee zitten, komen een wildgroei aan
hulpsites tegen. zoals
Hulpmix.nl,
klikvoorhulp.nl,
pratenonline.nl,
gripopjedip.nl.
Frank
Schalken, directeur van
e-hulp.nl, adviseert
hulporganisaties om meer samen te werken. een kenniscentrum op het gebied
van online hulp. ‘Er zijn meer dan honderd hulpsites voor jongeren,
afkomstig van organisaties als jeugdzorg of maatschappelijk werk.’ Ook
Nicole Nijland, e-health-onderzoekster aan de Universiteit van Twente,
vindt de hoeveelheid sites niet handig. ‘Er ontbreekt structuur. Terwijl
jongeren dat wel nodig hebben.’ Recent onderzoek van de Britse
kindertelefoon naar tieners en het zoeken van hulp op internet toont aan
dat het scala aan hulpsites averechts werkt. Uit het onderzoek blijkt dat
jongeren die het web opgaan met hun problemen, alleen nog maar ongeruster
worden van alle informatie die ze tegenkomen.
Bron: http://www.depers.nl
Meer disciplines voor
psychische hulp in de eerste lijn. Waar blijft het AMW?
08-03-2010: Uit een onderzoek van het NIVEL (Nederlands instituut voor
onderzoek van de gezondheidszorg) blijkt dat in toenemende mate de
zogenaamde praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg in de
huisartsenpraktijk (POH-GGZ) en de sociaal psychiatrisch
verpleegkundige (SPV) de aanpak van psychische problemen in de
huisartsenpraktijk voor hun rekening kunnen nemen. Alhoewel de
praktijkondersteuner GGZ nog in weinig praktijken is te vinden. De functie
is nog in ontwikkeling.
NIVEL-programmaleider Peter Verhaak: “Wij pleiten voor meer taakdelegatie
door de huisarts. Hierbij spelen de praktijkondersteuner GGZ en sociaal
psychiatrisch verpleegkundige een belangrijke rol. Uit het onderzoek komt
duidelijk naar voren dat zij deze interventies het beste kunnen uitvoeren.
Huisartsen geven vaak aan te weinig tijd en kennis te hebben voor
uitgebreide signalering en psychologische interventies. Een sociaal
psychiatrisch verpleegkundige heeft een specifiekere expertise dan de
huisarts en ook meer tijd voor dit soort dingen. De functie van
praktijkondersteuner GGZ is nog erg in ontwikkeling, maar kan uitgroeien
tot een steeds belangrijker aanvulling in de zorg voor psychische
problemen in de huisartsenpraktijk. Op het moment dat de patiënt niet meer
genoeg heeft aan enkele contacten of meer specialistische hulp nodig
heeft, moet uiteraard naar de eerstelijnspsycholoog of naar de tweedelijns
GGZ worden verwezen.”
Bron:
http://www.nivel.nl
Noot
van de redactie:
de rol van de maatschappelijk werker lijkt in dit verhaal buiten beeld te
blijven. Nog maar enkele jaren geleden was (stimuleren van) samenwerking in
de eerstelijns GGZ een belangrijk item voor de overheid. Daarbij werd de rol
van het Algemeen Maatschappelijk Werk – niet werkend vanuit een medische
(psychiatrisch) model en daarbij psychische en maatschappelijke problemen in
samenhang in haar aanpak betrekkend - erkend. Meer disciplines op het gebied
van psychische problematiek in de eerste lijn kunnen hun waarde hebben, maar
niet door de waarde van andere disciplines te negeren.
Ondersteuning voor psychische problemen in
de huisartspraktijk
30-10-09: Consulenten geestelijke gezondheid kunnen een welkome
aanvulling zijn in de huisartsenpraktijk of het gezondheidscentrum voor
patiënten met psychische of psychosociale klachten. Patiënten zijn tevreden
en de consulenten verwijzen niet overmatig door naar de tweede lijn.
Bij de huisarts ligt de aandacht vaak sterk op de somatiek. Daardoor komen
psychische aspecten te weinig over het voetlicht. Onder meer doordat
huisartsen hiervoor geen tijd vrij kunnen maken of zich onvoldoende
competent achten. Gespecialiseerde praktijkondersteuners of consulenten
geestelijke gezondheid kunnen hier wellicht uitkomst bieden. In
Gezondheidscentrum Groningen West hebben bij wijze van proef twee
consulenten geestelijke gezondheid in een jaar tijd ongeveer 200 patiënten
naar hun tevredenheid en die van de huisarts opgevangen en zo nodig naar
verdere psychische hulp geleid, zonder dat dit leidde tot overmatige
doorverwijzing naar de GGZ. Dit blijkt uit onderzoek van het NIVEL
(Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) dat is
uitgevoerd met subsidie van zorgverzekeraar Menzis.
Het project was een initiatief van zorgverzekeraar Menzis en geestelijke
gezondheidszorgaanbieder Lentis. Een consulent geestelijke gezondheid van
Lentis werd toegevoegd aan het eerstelijnsteam in Gezondheidscentrum West
van Menzis. Patiënten kwamen via triage door de assistente of een huisarts
bij de consulent. Doel van het project was een nieuwe structuur en
samenwerking te ontwikkelen tussen eerste en tweedelijns GGZ, en inzicht te
krijgen in de inhoud, communicatie en logistiek rond psychische en
psychosociale problemen. Door de inzet en aansturing van de consulent moet
een patiënt sneller op de juiste plaats van behandeling aankomen.
Bron:
http://www.nivel.nl
Combinatie psychiatrie en maatschappelijk
werk
08-05-09: Welzijnsorganisatie MJD uit Groningen heeft er een nieuwe vorm van
hulpverlening bij: maatschappelijke psychiatrie. De MJD gaat ervan uit dat
veel cliënten met zowel maatschappelijke als psychiatrische problemen in
m.n. wijken met kwetsbare groepen het beste geholpen kunnen worden via een
gecombineerde aanpak. Met dit aanbod van tweedelijns ggzbehandeling loopt de
MJD in de Nederlandse welzijnssector voorop. Huisartsen en financierende
zorgverzekeraars zijn enthousiast.
De MJD wil de ggz-hulp aan sociaal kwetsbare
burgers verbeteren. Voor deze doelgroep is een combinatie van psychiatrische
behandeling en intensieve maatschappelijke ondersteuning essentieel.
Klachten als depressiviteit, stoornissen als gevolg van trauma,
minderwaardigheidsgevoelens of angst, zijn beter te behandelen als
tegelijkertijd gewerkt wordt aan sociale problemen. Medewerkers van de MJD
doen dit door maatschappelijke ondersteuning te bieden op het gebied van
arbeidsreïntegratie, schuldsanering, opvoeding, wonen, vrijwilligerswerk,
enzovoort. Deze begeleiding kan zo nodig langdurig geboden worden. Door nu
ook psychiatrische behandeling toegankelijk te organiseren in de wijk, lukt
het beter om de kwetsbaarste groepen te bereiken. De verwachting is dat met
dit project, dat vooralsnog op bescheiden schaal van start is gegaan,
belangrijke gezondheidswinst te behalen is.
Het team Maatschappelijke psychiatrie is multidisciplinair samengesteld. Een
psychiater en een aantal psychologen werken samen met maatschappelijk
werkers die deskundig zijn op het gebied van psychiatrie. Dit team zal
psychiatrisch en psychologisch onderzoek verrichten en kortdurende
behandeling bieden. De maatschappelijke psychiatrie is een aanvulling
op het reguliere ggz-aanbod. Specialistische ggz-behandelingen of klinische
opnames kan de MJD niet bieden, in dergelijke situaties wordt samengewerkt
met andere ggz-instellingen.
De verwijzende huisartsen en financierende zorgverzekeraars zijn enthousiast
over deze nieuwe, laagdrempelige benadering. De unieke combinatie van
tweedelijnszorg en welzijn koppelt de (financiële) regelgeving vanuit drie
wetten: de WMO, de Zorgverzekeringswet en de AWBZ. Een effectievere vorm van
‘ontschotting achter de voordeur’ is nauwelijks
denkbaar.
Bron:
www.mjd.nl
Aandacht en optimisme van de huisarts goede remedie bij alledaagse klachten
14-07-08: Patiënten die met alledaagse klachten bij de huisarts komen,
knappen op als de huisarts optimistisch en duidelijk is over aard en oorzaak
van de klacht. Het helpt echter niet bij patiënten die ook emotionele
problemen hebben, dan moet de huisarts juist daar aandacht aan besteden, zo
blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL in BMC Family
Practice.
Geruststellen helpt bij patiënten die met alledaagse klachten, zoals
hoofdpijn, buikpijn, keelpijn of verkoudheid, bij de huisarts komen. Als de
huisarts een duidelijke verklaring voor de klachten geeft en optimistisch is
over het beloop – het duurt een of twee weken en dan is het weer over –
voelen patiënten zich twee weken na het consult beter en zijn ze minder
ongerust. Bij patiënten die naast de alledaagse klachten ook emotionele
problemen hebben, helpt geruststellen niet. Dan moeten de emotionele
problemen eerst extra aandacht krijgen. NIVEL-onderzoeker Sandra van Dulmen:
“Dit toont aan hoe belangrijk het is dat de huisarts in het consult van meet
af aan aandacht heeft voor zowel de medische als de psychosociale kant van
het verhaal van de patiënt.”
Lees het hele artikel op:
www.nivel.nl
Huisarts ziet meer mensen met seksuele problemen en relatieproblemen
27-03-2008: Het aantal
mensen dat naar de huisarts gaat met vragen of problemen op het gebied van
seksuele gezondheid en relatie is de laatste jaren aanzienlijk toegenomen.
Dit blijkt uit de registraties van het NIVEL en het kenniscentrum
seksualiteit van de Rutgers Nisso Groep.
Bij relatieproblemen raadplegen vrouwen ongeveer twee keer zo vaak de
huisarts als mannen (respectievelijk 6,9 en 3,3 per 1000). Bij zowel mannen
als vrouwen is het aantal contacten in verband met relatieproblemen ten
opzichte van 2001 in 2005 toegenomen met ruim 30%. Het merendeel van deze
mensen is 35-44 jaar.
De huisarts heeft dus de afgelopen jaren te maken gekregen met meer vragen
omtrent seksuele en reproductieve gezondheid en relatieproblemen. Wellicht
is het taboe voor patiënten hieromtrent afgenomen. Dit geldt heel duidelijk
voor mannen met erectieproblemen sinds de komst van erectiemiddelen.
Mogelijk voelen huisartsen ook minder schroom om seksualiteit ter sprake te
brengen, en beschouwen zij het onderwerp meer dan voorheen als een onderdeel
van hun werkdomein, wat ten goede komt aan een adequate signalering en
verwijzing. De resultaten duiden in ieder geval in deze richting.
Bron:
NIVEL
'Door samenwerking hebben we
cliënt/patiënt meer te bieden'
15-02-2008: De regio Noordwest-Veluwe is een voorbeeld waaruit blijkt dat de
jarenlange (overheids-)investering in het stimuleren van samenwerk in de
eerstelijns GGZ loont. Huisartsen, eerstelijnspsychologen en algemeen
maatschappelijk werkers maken daar concrete samenwerkingsafspraken met
elkaar rondom psychische problematiek.
In een evaluatie geven deelnemers aan het prettig te vinden met collega’s
aan tafel te zitten waar ze daadwerkelijk mee (willen gaan) samenwerken.
Elkaar leren kennen, echt weten wie wat doet en bewust zijn van een
gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de eerstelijns GGZ zijn punten die
als positief werden genoemd door de deelnemers. Ze krijgen goed zicht op
elkaars aanbod en werkwijze binnen de eerstelijns GGZ en kunnen beter
verwijzen. Ze hebben en houden daarmee regie op de psychosociale zorg en
kunnen dit, zoveel als mogelijk, in de eerste lijn aanbieden en waar nodig
gerichter verwijzen naar de tweedelijns GGZ. Bij complexe psychosociale
problematiek ervaren deelnemers dat zij meer gezamenlijke
verantwoordelijkheid dragen en daarmee voor de patiënt ‘meer te bieden’
hebben.
Doel van het samenwerkingsproject is het verbeteren van de samenwerking en
afstemming tussen professionals in de eerstelijns GGZ aan de hand van
Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraken (LESA's). De LESA’s bevatten
uitgangspunten van zowel het monodisciplinaire als het gemeenschappelijke
beleid, gevolgd door afspraken over samenwerking. De LESA’s in dit traject
gaan over angststoornissen, depressieve stoornissen, overspanning en
psychosociale problematiek.
Bron:
www.raedelijn.nl
Korte Lijnen: ‘basisvoorwaarden voor
samenwerking’
16-12-2005: In de Eindevaluatie van het project Korte Lijnen (NIZW-Trimbos-instituut,
2005) wordt gesteld dat samen met de praktijk de
Korte lijnen methodiek
is ontwikkeld en zicht is ontstaan op de basisvoorwaarden voor
samenwerking. De Korte lijnen
methodiek bestaat uit de
volgende onderdelen:
Protocollen voor informatie-uitwisseling (verwijzing, gezamenlijke
behandeling en rapportage): met
behulp van de protocollen kunnen de verschillende disciplines
samenwerkingsafspraken concretiseren en vastleggen in eenvoudige
procedures.
Uitwisselingsformulieren behorende bij de protocollen.
Een protocollen-wizzard:
Met behulp van een computerprogramma
kunnen de ontwikkelde protocollen en formulieren gemakkelijk aangepast
worden voor gebruik in de eigen regio of op de eigen locatie.
Invoeringsrichtlijn: dit
is een werkboek waarin ondersteuners a.d.v. 7 stappen de
samenwerking kunnen opbouwen en stimuleren. O.a. met het werken aan de
basisvoorwaarden voor samenwerking: elkaar kennen, weten wat een ieder
doet en elkaar vertrouwen, en anderzijds aan meer gevorderde
samenwerkingsvormen als gezamenlijk behandelen, interdisciplinaire
casuïstiekbespreking enz.
In de tweede pilotronde stond het testen van de ontwikkelde
methodiek centraal naast het verder verspreiden en implementeren.
Conclusie: de Korte lijnen methodiek blijkt goed toepasbaar in de
praktijk.
Samenwerking verbeterd
Uit de effectevaluatie (hoofdstuk 6 in de Eindevaluatie) blijkt dat binnen
de Korte Lijnen regio’s de hulpverleners die betrokken zijn bij het project
op een aantal aspecten beter samenwerken dan degenen die niet betrokken
zijn. Concluderend wordt gezegd dat de samenwerking in de pilotregio’s wel
is verbeterd en zeker ook wordt gewaardeerd door de betrokkenen, maar dat
e.e.a. nog onvoldoende geïmplementeerd is.
SPV: afstemming
noodzakelijk
De sociaal psychiatrisch verpleegkundigen (SPV’en) die in de
huisartsenpraktijk werken, beïnvloeden de verwijzingsstroom en de
samenwerking met de andere eerstelijnsdisciplines. Daarbij komt dat niet
altijd duidelijk is waarin de SPV zich onderscheidt van de andere eerstelijn
disciplines. Voor zowel consultatie als kortdurende hulpverlening in de
eerstelijn is het een voorwaarde om goede afstemming te vinden met de lokale
eerstelijnspartners om de samenwerking te bevorderen en oneerlijke
concurrentie te vermijden.
Deelname door huisartsen
Een andere kritische succesfactor is de bereidheid van huisartsen om te
investeren in de samenwerking. In de eerste pilotronde was al duidelijk
geworden dat het moeilijk is om huisartsen te bereiken. ‘In Korte lijnen
constateerden we generaliserend dat huisartsen zich over het algemeen meer
opstellen als een eisende partij, wat steeds minder goed wordt ontvangen
door de andere hulpverleners. Het participeren in samenwerkingsverbanden
door huisartsen zou minder vrijblijvend moeten worden’.
Vijf jaar Korte Lijnen; versterking eerstelijns GGZ; evaluatierapport.
Uitgave NIZW – Trimbos-instituut, 2005. Auteurs: Karin Sok, Margot Scholte,
Clary van der Veen en Ineke Voordouw.
Voor meer informatie:
www.lvg.org
Ggz opzijnbest.nl
De beste links over ggz voor u verzameld.
Alles over de
eerstelijns GGZ vindt u op de
website: www.eerstelijnsggz.nl
Hieronder meer informatie over de diverse
maatregelen die de afgelopen jaren succesvol zijn uitgevoerd.
Buitink Beleidsadvies - in zorg en welzijn verzorgde van 2000 t/m 2005 het secretariaat van de Stuurgroep Tussen de Lijnen.

Foto: Jaap Buitink
de Noordkaap
Tussen de Lijnen van de poolcirkel en 80e breedtegraad
(foto is middernacht genomen)
'Lijnenspel' in
projectvorm beëindigd
09-12-05:
Het Ministerie van VWS zette met de
Beleidsvisie GGZ (1998) de
lijnen
uit voor een sterkere eerstelijns GGZ. In de Stuurgroep Tussen de
Lijnen
kwamen van 1999 t/m 2005 alle
lijnen - eerstelijn, tweedelijn,
beleidslijnen, tussen de
lijnen,
brede lijnen,
korte lijnen
en (soms) te lange
lijnen
– bij elkaar.
De Stuurgroep stond dus zeker niet langs de
lijn
in dit ‘lijnenspel’,
maar stuurde en adviseerde volop bij de uitwerking van het beleidsthema
‘versterking eerstelijns GGZ’.
De leden vormden een landelijk platform, waarin initiatieven, projecten en
beleidsmaatregelen gericht op de versterking van de eerstelijn en meer
samenhang tussen eerste- en tweedelijn, werden gevolgd, bewaakt en
becommentarieerd. Vervolgens werd daarover advies uitgebracht aan
veldpartijen en de minister van VWS.
De directeur generaal gezondheidszorg van het Ministerie van VWS, de heer
Van Rijn, prees op 1 oktober 2004 al de succesvolle maatregelen van de
versterking van de eerstelijns GGZ. "We horen niet zo vaak dat maatregelen
worden uitgevoerd, zoals ze bedoeld zijn; dat is hier wel gebeurd en dat
geeft een tevreden gevoel". Van Rijn complimenteerde ook de
Stuurgroep Tussen de Lijnen
voor de regiefunctie tijdens het gehele proces, waarin de samenwerking
tussen eerste- en tweedelijn duidelijk op de agenda is geplaatst.
Dhr. Rosmalen, lid van de Stuurgroep zei over de Stuurgroep: ‘In
tegenstelling tot zoveel andere stuur- of werkgroepen, hebben we als
Stuurgroep Tussen de Lijnen
de afgelopen jaren iets bereikt, dat succes moeten we borgen.
Die borging vindt inderdaad plaats in de
de nieuwe regionale ondersteuningsstructuur
voor de eerstelijns gezondheidszorg per 1 januari 2006. Daarvoor is een
budget van 3 miljoen euro beschikbaar gesteld. Ook zal de
Consultatieregeling worden verlengd.
Daarmee is de
opdracht aan de Stuurgroep Tussen
de Lijnen beëindigd.
Voor meer informatie
over ondersteunende producten voor eerstelijns samenwerking (Korte Lijnen)
zie ook
www.eerstelijnsggz.nl
hier
de belangrijkste adviezen van de Stuurgroep Tussen de Lijnen
Achtergrondinformatie
Afstemming eerstelijns GGZ en gespecialiseerde GGZ
De noodzaak tot
versterking van de eerstelijns GGZ gaat vergezeld van de noodzaak tot
verbetering
van de
samenwerking en afstemming tussen eerstelijns GGZ en tweedelijns
gespecialiseerde GGZ, inclusief de consultatiefunctie van tweede- naar
eerstelijn. Een betere afstemming tussen tweede en eerstelijn draagt niet
alleen bij aan de versterking van de eerstelijn, maar tevens en vooral aan
een betere en efficiëntere hulpverlening op maat aan de hulpvrager: hulp
indien mogelijk (generalistisch, kortdurend en dichtbij) in de eerstelijn;
indien noodzakelijk (gespecialiseerd) in de tweedelijn.
Werkomschrijving 'eerstelijns
GGZ'
De eerstelijns GGZ
(huisarts, algemeen
maatschappelijk werk en eerstelijnspsycholoog) is voor iedereen met
psychische problemen (al dan niet in combinatie met
sociaal-maatschappelijke of somatische problemen) toegankelijk; de
eerstelijn heeft een integraal, laagdrempelig en generalistisch
zorgaanbod.
Gelet op de samenhang
met de gespecialiseerde GGZ meent de Stuurgroep Tussen de Lijnen dat een goede afstemming
tussen eerste- en tweedelijns GGZ noodzakelijk is. De tweedelijns GGZ
verleent vanuit de specialistische deskundigheid op verzoek consultatie
aan de eerstelijns GGZ; o.a. bij de afweging of de hulpvraag thuishoort in
de eerste- dan wel in de tweedelijn.
|
brengt lijn
|
in zorg en welzijn
|
| |